Wanneer haaruitval nog normaal is – en wanneer u beter goed oplet
Haren in de borstel, op het kussen of bij het doucheputje kunnen behoorlijk schrik aanjagen. Toch is niet elke pluk in uw hand een alarmsignaal. Een bepaalde hoeveelheid haarverlies hoort nu eenmaal bij de natuurlijke cyclus van het haar.
Belangrijk is minder dat er haren uitvallen, en meer hoeveel, hoe en hoe lang. In dit artikel leest u wat als normaal geldt, welke signalen wél serieus zijn en hoe u uw eigen haaruitval nuchter kunt beoordelen.
De natuurlijke haargroeicyclus: waarom dagelijks haarverlies volkomen normaal is
Elk haar doorloopt een vaste cyclus: eerst een groeifase, daarna een korte overgangsfase en tot slot een rustfase, waarna het haar uitvalt en plaatsmaakt voor een nieuwe haar. Dit proces loopt continu en niet synchroon. Dat is maar goed ook – anders zou u periodiek grote haarbossen in één keer verliezen.
Als globale richtlijn geldt dat gezonde volwassenen gemiddeld zo’n 50 tot 100 haren per dag verliezen. Dat is een orde van grootte, geen harde grens. Het daadwerkelijke aantal kan per persoon verschillen.
Factoren als:
- haarlengte
- hoe vaak u wast
- hoe intensief u borstelt
- het jaargetijde
- doorgemaakte stress of ziekte
kunnen er tijdelijk voor zorgen dat u meer haren in de borstel of in het putje ziet, zonder dat er meteen een medisch probleem achter zit.
Zolang uw haar er in het geheel nog vol uitziet, er geen echte kale plekken ontstaan en de verhoogde uitval na enkele weken weer afneemt, past dit meestal nog binnen het normale spectrum.
Zo controleert u in het dagelijks leven of uw haaruitval binnen de perken blijft
U hoeft geen haren te gaan tellen om te merken of er iets verandert. Met een paar eenvoudige observaties krijgt u al een aardig beeld:
Blik in de spiegel:
Lijkt uw kapsel in het geheel nog vol, of ziet u op bepaalde plekken steeds meer hoofdhuid doorschijnen (bijvoorbeeld langs de scheiding, bij de slapen of de kruin)?Vergelijk met oude foto’s:
Foto’s van een jaar of langer geleden zijn vaak eerlijker dan het dagelijks spiegelbeeld. Ze laten subtiele veranderingen in haarlijn, scheiding of dichtheid beter zien.Eenvoudige “trektest”:
Neem een kleine haarlok (ongeveer 40–60 haren) tussen duim en wijsvinger en trek er zachtjes aan.- Vallen er af en toe 1–2 haren uit, dan is dat doorgaans normaal.
- Laten meerdere haren tegelijk los, en gebeurt dat steeds opnieuw, dan kan dat wijzen op versterkte haaruitval.
Observatieperiode:
Blijft u gedurende langer dan ongeveer drie maanden duidelijk meer haar verliezen dan u van uzelf gewend bent, dan is het verstandig dit een arts of dermatoloog te laten beoordelen.
Laat u niet van de wijs brengen door enkele “dramatische” dagen, bijvoorbeeld na het wassen. Op wasdagen komen vaak meer losse haren tegelijk naar buiten, omdat ze zich de dagen ervoor in het kapsel hebben verzameld.
Typische valkuilen: wanneer zorgen groter zijn dan nodig – en wanneer niet
Over haaruitval bestaan hardnekkige misverstanden die meer onrust zaaien dan nodig is:
“Veel haren na het wassen = ik heb een probleem”
Wie minder vaak wast, ziet bij de volgende wasbeurt automatisch meer haren in het putje. Dat oogt heftig, maar zegt weinig over de gezondheid van de haarwortels.“Elk dunner wordend haar is een noodgeval”
Met de jaren kan het haar wat fijner worden en minder volume hebben. Een iets bredere scheiding of wat minder dikte is niet per definitie een aandoening, al kan het wel een goede reden zijn om de situatie eens professioneel te laten beoordelen, zeker als het relatief snel gaat.“Haren op kleding betekenen meteen ernstige haaruitval”
Losse haren op trui, jas of bureaustoel zijn normaal, vooral bij lang haar. Ze vallen simpelweg meer op dan korte haren.
Zorgwekkend zijn vooral:
- plotselinge, duidelijk afgrensbare kale plekken
- in korte tijd merkbaar dunner wordend haar
- haaruitval die samengaat met klachten als hevige jeuk, roodheid, schilfering of pijn van de hoofdhuid
Bewezen aanwijzingen om de situatie realistisch in te schatten
Bij twijfel kunnen de volgende punten helpen om uw haaruitval minder op gevoel en meer op feiten te beoordelen:
Let op patronen:
- Wordt de scheiding stap voor stap breder?
- Zien de inhammen er dieper uit dan voorheen?
- Ontstaan er ronde of ovale kale plekken?
Zulke patronen zeggen vaak meer dan de hoeveelheid haar in de borstel.
Observeer de duur:
- Tijdelijk meer haarverlies na een stressvolle periode, een infectie, een operatie of een hormonale verandering (bijvoorbeeld na zwangerschap) kan zich binnen enkele maanden spontaan herstellen.
- Duurt de toegenomen uitval langer voort of neemt deze juist toe, dan is verdere diagnostiek op zijn plaats.
Betrek uw algehele gesteldheid:
- Bent u opvallend moe of snel uitgeput?
- Verandert uw gewicht zonder duidelijke reden?
- Vallen er ook veranderingen op aan huid, nagels of menstruatiecyclus?
Zulke combinaties kunnen erop wijzen dat er meer speelt dan alleen een lokaal haarprobleem, bijvoorbeeld een schildklierstoornis of voedingsdeficiëntie.
Houd een haardagboek bij:
Noteer enkele weken lang in korte steekwoorden hoe u de haaruitval ervaart en maak eventueel regelmatig foto’s van scheiding, kruin en haarlijn. Dit geeft u zelf meer overzicht en helpt een arts bij het inschatten van het verloop.
In het algemeen geldt: bij duidelijk versterkte of ongewone haaruitval loont het om niet te lang af te wachten. Hoe eerder de oorzaak helder is, hoe beter de kansen om gericht bij te sturen.
Kort samengevat
Een zekere mate van haaruitval is onderdeel van de normale levenscyclus van het haar. Doorslaggevend zijn de hoeveelheid, het patroon en de duur.
Zolang uw haar als geheel nog dicht oogt, er geen duidelijke kale plekken ontstaan en de toegenomen uitval niet maandenlang aanhoudt, is er vaak geen directe reden tot bezorgdheid.
Wordt het haar zichtbaar dunner, ontstaan er kale zones of blijft de haaruitval langdurig duidelijk sterker dan u van uzelf kent, dan is het verstandig medisch advies in te winnen. Zo kan de oorzaak worden opgespoord en – waar mogelijk – gericht worden behandeld.